Ysselsteyn: een kerkhof vol pijnlijk ongemak

Een kerkhof vol pijnlijk ongemak, zo beschreef dagblad Trouw de Duitse Militaire Begraafplaats in het Limburgse Ysselstein. 32.000 graven van Duitse soldaten, Nederlandse SS’ers en Landwachters die daar hun laatste rustplaats vonden. In de zomerse serie ‘met de wandelschoenen op de fiets’ ditmaal een bezoek aan de oorlogsroute rondom Overloon en de militaire begraafplaats. In oppervlak de grootste ter wereld.
Het is niet eenvoudig de begraafplaats te vinden. In het dorp staan weinig borden.
Het enkele bord dat er wel staat moet je zeker niet missen. Je kunt er alleen per fiets
of auto komen. Wandelend kan wel maar dan moet je wel de nodige auto’s, trekkers en vrachtverkeer
trotseren om de begraafplaats te bereiken. Kortom, zeker geen aanrader.
En dan de eerste stappen op de begraafplaats, overweldigend was mijn eerste indruk. Ik heb al de nodige erevelden bezocht maar deze is echt aangrijpend, monumentaal en respectabel. Zo’n 32.000 grijze kruizen die daar in alle stilte liggen, elk met zijn of haar eigen verhaal. Leeftijden variërend van 14 tot bijna 60 jaar. Je kunt alleen maar nederig over de uitgestrekte velden lopen.
Op de begraafplaats zijn 87 graven van Duitse soldaten uit de Eerste Wereldoorlog. Er liggen bijna 32.000 slachtoffers begraven, onder wie 550 Nederlanders.  Elk slachtoffer heeft zijn eigen kruis. Op de kruisen staat, indien bekend, de naam, rang, geboorte- en sterfdatum. Ongeveer 5000 personen konden niet geïdentificeerd worden. Deze zijn aangegeven met “Ein deutsche Soldat” of “Ein unbekannter deutscher Soldat”. Ook zijn er zogeheten  kamaradengraven. Hier liggen meerdere soldaten begraven die tegelijkertijd gevonden zijn en waarbij niet meer te achterhalen was welke lichaamsdelen bij elkaar hoorden. De begraafplaats telt 1375 kindsoldaten; soldaten jonger dan 18 jaar oud. De jongste werd slechts 14 jaar oud. Verder is er een aparte sectie voor  burgerslachtoffers. Duitse burgers (voornamelijk vrouwen met kinderen) die naar Nederland vluchtten en hier overleden zijn. Het jongste kind is Josef Meier, hij is slechts 1 dag oud geworden. De begraafplaats is dagelijks geopend en het is voor groepen mogelijk om een rondleiding met een gids te boeken.
Ik ben de tocht begonnen bij het Oorlogsmuseum in Overloon. Ruime parkeerplaats en naast het museum is een winkel met allerlei oorlogsmemorabilia en terrassen.
Stippel je gewenste route uit via de knooppunten.
 Een paar kilometer buiten Overloon tref je al het eerste monument bij de zg. bloedbeek. Tijdens de slag om Overloon kleurde deze beek rood van het bloed van de geallieerde soldaten. In de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog moesten de geallieerden vanuit Overloon naar Venray met hun tanks de Loobeek oversteken. Op dat moment was de Loobeek, door aanhoudende regenbuien, zes meter breed geworden. Duitsers plaatsten eerder mijnen in de Loobeek, waardoor er honderden soldaten sneuvelden. De Loobeek wordt hierom ook wel de Bloedbeek genoemd. Ter nagedachtenis van deze Engelse militairen is bij de Bloedbeek tussen Venray en Overloon een monument geplaatst.
Al fietsend is het weidse Peelse landschap te bewonderen, de vele kruisbeelden langs de weg en Venray biedt het nodige vertier met terrassen en als die vol zitten kom je in een snackbar maar de muurschildering is dan ook weer bijzonder genoeg om naar te kijken.